De

Op haar uitgestoken tong liggen fijngestampte Tic Tac’s. Mijn handen verplaatsen zich in de richting van haar koude billen en ik lik de frisse substantie van haar tong. Hoeveel kilocalorieën ik nu precies doorslik weet ik niet, maar ik heb zo’n gevoel dat we ze straks toch wel weer gaan verbranden. Tergend langzaam likt ze het alfabet op mijn lippen. Ik pak haar op, gooi haar op mijn onopgemaakte bed en lik tot duizend tussen haar benen. Eigenlijk wil ik de seks uitstellen en niet omdat ik er geen zin in heb. Geloof mij, ik wil in haar zijn, maar sommige dingen moet je niet overhaasten. Mijn opa zei altijd: ‘een speedboot heeft helemaal niets in de Amsterdamse grachten te zoeken.’ Hij had gelijk, want als je te snel gaat mis je de helft.
Al waterfietsend leer ik haar steeds beter kennen en zodoende kom ik erachter dat ze alles heeft wat ik in een vrouw zoek. Humor, aantrekkingskracht, intelligentie en een vriend. Het is voor mij ook even wennen. Iedereen gaat tegenwoordig vreemd, maar nooit met mij. Waarschijnlijk omdat ik overal een verhaal over moet schrijven. Laten we eerlijk zijn, zelfs met een cd in mijn achterzak ben ik nog niet discreet. Naast dit alles ben ik er normaal ook helemaal niet van gediend. Grasmaaiers deel je, aansteeklonten deel je, zonnebrandolie deel je, maar een vrouw delen maakt van iedere man een grote gemene deler. Toch zie ik haar momenteel bijna dagelijks, blijkbaar hebben we elkaar gewoon even nodig. Vandaar dat ik al mijn normen en waarden uit het raam heb gegooid. Diezelfde normen en waarden liggen nu op straat en blokkeren mijn voordeur. Ze kan helemaal nergens meer heen en dat vind ik heerlijk.
Ondanks alle fijne gevoelens en een meer dan unieke klik begin ik mezelf te storen aan het feit dat ik haar niet kan claimen. Ik wil mijn vlag tussen haar benen planten, ik wil een contract opstellen waarin staat dat haar borsten enkel en alleen van mij zijn, ik wil godverdomme dat ze door de stad loopt met een nep gouden ‘Worthy’-ketting om haar met mijn speeksel bedekte nek. Eigenlijk ben ik ook veel te trots om de rol van minnaar te kunnen vertolken. Ik wil van de daken schreeuwen dat ik iets voor haar voel, maar moet genoegen nemen met fluisteren in slecht verlichte portiekjes. Het voelt soms net of ik voor het hek van een gesloten pretpark sta. Ik kan de achtbaan zien en de suikerspinnen ruiken, maar span mezelf voor het karretje als ik ook maar denk dat ik ooit met 120 km per uur naar beneden zal zoeven.
Zelf snap ik ook niet waarom ik, een welopgevoede goedbloed, zo open en bloot met de duivel loop te dansen. In mijn jeugd was Goudlokje altijd al mijn favoriete sprookje, maar dat kan toch niet de reden zijn waarom ik heden ten dage met mijn vingers in de pap van mama beer zit te roeren? Eerlijk is eerlijk, het voelt heerlijk warm aan, maar met mijn geluk trek ik spoedig een beerput open. Mijn schuldgevoel groeit met de dag en de familie Fatsoen is druk aan het emigreren, maar toch ben ik niet van plan om een punt achter deze foutieve vrijage te zetten. Waarom niet? Zij is gelukkig en ik ben gelukkig, zij is verliefd en ik ben verliefd. We zijn verkeerd bezig en ik zou haar eigenlijk verbaal door midden moeten zagen, maar ze tovert simpelweg een lach op mijn gezicht. Ik heb in tijden niet zo van een vrouw genoten en natuurlijk hoor ik de stem van mijn moeder echoën: ‘je blijft met je tengels van andermans spullen af,’ prima mam, dan raak ik haar alleen nog maar met mijn tong aan. Weet je wat het ook is, ik rij al mijn hele leven braaf over de snelweg van de liefde. Dat ik nu eventjes loop te bumperkleven op de carpoolstrook maakt van mij nog geen meedogenloze wegpiraat.
Ze ligt op mijn bank, ik lig naast haar. Hoe de vork precies in de steel zit weet ik niet, maar we liggen lepeltje-lepeltje. Het voelt te knus voor een affaire en ik ben te plus voor een minnaar. We wisselen hartstochtelijke zoensessies af met indringende blikken, doorvoelde gesprekken en sublieme grappen. Onze tongen maken pirouettes in tutu’s van speeksel. Haar kussen zijn goed, te goed, het is alsof ik met een hele mooie spiegel sta te zoenen. Haar tong is de schaduw van mijn tong en vice versa. Dit bijzondere schimmenspel is je reinste voorspel, het duurt dan ook niet lang voordat al mijn bedenkingen het hazenpad hebben gekozen. ‘Kut! Ik ben al veel te laat, ik moet weg James.’ Ze pakt al haar spullen en voorziet haar lichaam nog even van haar eigen luchtje. ‘Waarom doe je dat? Ik draag niet eens een luchtje, ik ruik nergens naar,’ zeg ik. ‘Jawel, je ruikt naar yoghurt.’ ‘Ik ruik naar yoghurt, nou, jij kust als een glasbak.’ We zoenen lachend en ik kneed nog even in haar degelijke achterwerk.’ Ik wil niet dat ze weggaat, maar weet donders goed dat het niet anders kan. ‘Ey, wil jij even heel hard in mijn vingers bijten? Ik weet dat het gay klinkt, maar dan weet ik de komende twee uurtjes tenminste nog dat je echt langs bent geweest.’ Ze pakt mijn rechterhand en zet haar tanden in mijn kootjes. Het doet ongelofelijk veel pijn, maar dat zie ik voor deze ene keer maar even door de gaten in mijn vingers. Ze haalt mijn tengels uit haar mond. Ze zijn ietwat gehavend, ze kust ze. Niet veel later staat ze weer buiten, ze kijkt omhoog en ik zwaai. Godverdomme, zelfs vanaf drie hoog is ze nog lekker. Ik zwaai voor een tweede keer, ze zwaait terug en fietst naar huis. Hoelang onze romance nog zal gaan duren, ik weet het niet, maar voor nu is deze buitenman buitengewoon binnen.
P.S. Het was even een hectische tijd qua werk, maar vanaf nu ga ik weer regelmatig teksten online gooien. Mijn excuses voor de lange stilte.

